De Speech

David Cameron - © 10 Downing StreetKomende vrijdag is het dan zo ver. De Britse premier David Cameron komt naar Nederland om De Speech te geven. Met hoofdletters. Het is immers niet zomaar een verhaal voor een belangstellend luisterend publiek. Nee, Cameron komt naar Nederland om zijn Visie op de Britse toekomst in de Europese Unie uiteen te zetten. De verwachtingen zijn hooggespannen, want hoe kritisch zal Cameron zich tonen? Waaruit bestaat de lossere relatie die de Britten voor ogen hebben? En spreekt Cameron eigenlijk wel namens de hele Britse regering? Veel vragen, waarop als het goed is vrijdag antwoord wordt gegeven.

Wat duidelijk wordt uit alle berichten is dat het Verenigd Koninkrijk eigenlijk veertig jaar terug in de tijd wil, naar het moment dat het land na lang aarzelen en eerdere Frans veto’s toetrad tot de Europese Economische Gemeenschap. De Europese invloed op de economische samenwerking mag in stand blijven, daar profiteert het Verenigd Koninkrijk immers ook van. Maar daar moet het Europese gezeur ook mee ophouden. Bemoeienis van ‘Brussel’ met het buitenlands beleid, sociale aangelegenheden of veiligheid moet vooral worden teruggedrongen. Gelijke rechten voor werknemers horen niet bij een gemeenschappelijke economie en ook veiligheid kunnen de Britten blijkbaar prima alleen af. Het Verenigd Koninkrijk trekt zich liever terug achter het Kanaal. De kritische Britse geluiden vinden hun weerklank bij het meer conservatieve deel van de Tweede Kamer, niet in de laatste plaats bij de voorheen liberale en pro-Europese VVD. Laat Europa zich maar beperken tot economische samenwerking, op andere punten komen we er zelf wel uit, zo luidt het adagium. Ik ben het daar hartgrondig mee oneens.

De wereld is sinds 1973 behoorlijk veranderd en Europa is meeveranderd. Dankzij de globalisatie is de Europese economie opener dan ooit. Dat brengt uiteraard nadelen met zich mee – de Amerikaanse bankencrisis sloeg binnen no time over naar Europa – maar ook vele voordelen. De groei van de Europese welvaart was de afgelopen decennia enorm, ook al gaat het nu dan even wat minder. Een open economie brengt echter ook verantwoordelijkheden met zich mee voor zaken die niet tot de kern van het economisch beleid behoren maar daar wel sterk aan gerelateerd zijn. 

Het voor mij meest tastbare voorbeeld is de Europese privacywetgeving. Hoewel gebaseerd op een Europese richtlijn uit 1995 zijn de privacywetten in de lidstaten nu nog behoorlijk versnipperd. Bedrijven moeten hun beleid voor elke lidstaat waar zij actief zijn aanpassen en voortdurend in de gaten houden of er geen wijzigingen worden doorgevoerd. Hun roep om een gelijk speelveld verbaast dan ook niet: één Europese wet zorgt voor minder administratieve lasten, minder kosten en economisch voordeel. Dat geldt overigens niet alleen voor privacy, maar bijvoorbeeld ook voor arbeidsomstandigheden of financiële rapportageverplichtingen. Meer Europese wetgeving – zeker wanneer het om fundamentele zaken gaat – kan dus ook in het voordeel van bedrijven werken.

Een vergelijkbare vlieger gaat op voor het Europese veiligheidsbeleid, of zoals het eigenlijk heet de politiële- en justitiële samenwerking in strafzaken. Al twintig jaar wordt gewerkt aan een verdere integratie van dit beleid – toegegeven, voor een belangrijk deel zonder Britse betrokkenheid – waarbij inmiddels het beschikbaarheidsbeginsel als uitgangspunt wordt gehanteerd. Informatie die in één van de lidstaten beschikbaar is bij politie en justitie is daarmee ook toegankelijk voor de opsporingsautoriteiten in de andere lidstaten. Criminelen hebben nooit rekening gehouden met landsgrenzen en nu hoeven ook politie en justitie die niet meer als een belemmering te zien. Misdaadbestrijding wordt makkelijker door intensiever samen te werken. Misschien niet voor het oplossen van een fietsendiefstal, maar wel voor het aanpakken van georganiseerde criminaliteit en mogelijke terroristen. 

De Europese samenwerking kent wat mij betreft vooral voordelen. Voor onze welvaart, onze veiligheid en onze levenskwaliteit. Hoe belangrijk deze voordelen zijn blijkt ook wel uit de aantrekkingskracht van de Unie voor de landen om ons heen. Nog vele landen staan in de rij om in de nabije of verdere toekomst toe te mogen treden tot de Unie en andere werelddelen zijn bezig eigen economische of politieke Unie’s op te zetten. Het valt daarom te betreuren dat het Verenigd Koninkrijk niet bereid is een stap naar voren te zetten om de Europese samenwerking verder te verbeteren, maar eerder de weg naar buiten lijkt te kiezen. Een gevaarlijke gok voor Cameron, die de Britten behoorlijk kan isoleren.