Politiek dwarsboomt democratischer waterschap

Het is hoog tijd dat de waterschappen verder worden gedemocratiseerd. Met dat voornemen diende D66 samen met vier andere partijen (GroenLinks, Partij van de Arbeid, Partij voor de Dieren en SP) een initiatiefvoorstel in om het aantal geborgde zetels voor bedrijven, agrariërs en natuurorganisaties in de Zuid-Hollandse waterschappen van het wettelijk maximum (negen zetels) te verlagen naar het minimale aantal van zeven. Dit aantal wordt ook in verschillende naastgelegen waterschappen gehanteerd. Tijdens een debat vorige week in Provinciale Staten bleek echter dat er op dit moment geen meerderheid voor meer democratie in de waterschappen is: het voorstel werd afgewezen. Een mooie kans om de waterschappen in de volgende zittingstermijn democratischer te maken is verloren gegaan.

Debat
Tijdens het debat in Provinciale Staten had het volgens ons moeten gaan over het belang van de Zuid-Hollandse inwoner. Hoe kan hij zich het best vertegenwoordigd voelen in het waterschapsbestuur? De tegenstanders van het voorstel bleven in hun kritiek  grotendeels steken op procedurele argumenten:  het plan was ontijdig in verband met de aangekondigde evaluatie van de waterschapsverkiezingen en de onderbouwing van het voorstel zou niet deugen. De meest opmerkelijke kritiek kwam  voor rekening van de VVD, die nog voor het debat begon aankondigde een eventueel Statenbesluit te willen laten voordragen voor vernietiging door de Kroon omdat Provinciale Staten hiermee hun bevoegdheden te buiten zouden gaan. De wet biedt echter alle ruimte voor een initiatiefvoorstel, mits rekening wordt gehouden met een zorgvuldige procedure en ruimte wordt geboden voor inspraak vanuit de samenleving.

Dubbele vertegenwoordiging
Hoewel stappen naar een nog democratischer waterschap nu voor een aantal jaar zijn geblokkeerd, blijft een wijziging hard nodig. De verhoudingen in de besturen van de waterschappen zijn op dit moment om verschillende redenen scheef. Een doorn in het oog voor D66, een partij die is opgericht voor verdere democratisering van Nederland. Ten eerste druist het huidige systeem recht in tegen onze democratische principes. Fracties met geborgde zetels hebben direct toegang tot het Algemeen én Dagelijks Bestuur,  ongeacht de verkiezingsuitslag. En hoe die fracties ook presteren, bij de volgende verkiezingen kunnen zij automatisch rekenen op hun vaste aantal zetels. Dit past niet in een transparant overheidsbestuur anno 2014 dat gelet op zijn belangrijke taken op groot vertrouwen van de samenleving moet kunnen rekenen.

Daarnaast kunnen inwoners met een belang dat vertegenwoordigd is via de geborgde zetels – agrariërs, eigenaren van (natuur)grond en bedrijven – ook meedoen aan de verkiezingen via de vrij verkozen zetels. Dat is strijdig met het principe one man, one vote en leidt ertoe dat bepaalde belangen zowel in geborgde fracties als fracties van ingezetenen zijn vertegenwoordigd. Bij Hoogheemraadschap Rijnland worden bijvoorbeeld 5 van de 21 zetels van ingezetenen ingenomen door leden met een agrarische achtergrond. Dat is bovenop de 4 geborgde zetels die door LTO Noord worden ingevuld. De belangen van de agrarische sector zijn op deze manier dubbel vertegenwoordigd. Dit past weliswaar binnen de bestaande regels, maar toont ook goed aan dat specifieke belangen prima door vrije verkiezingen en inspraakprocedures kunnen worden vertegenwoordigd. Bij andere democratische organen is dat al vele jaren gebruik.

De inwoner betaalt
Het huidige systeem zorgt voorts voor kromme financiële verhoudingen binnen de waterschappen. Van oudsher vormde de trits “belang-betaling-zeggenschap” de basis voor de verdeling van de macht in de waterschapsbesturen. Destijds een mooi principe, maar in de praktijk al geruime tijd losgelaten. Dat kan ook, aangezien een ander principe beter bij de inzichten van deze tijd past: de vervuiler betaalt. Laat een ieder op een eerlijke manier opdraaien voor de kosten die gemaakt moeten worden voor onze droge voeten en het schoon houden van ons grond- en oppervlaktewater. Zorgen burgers, bedrijven of agrariërs voor meer vervuiling? Dan dienen hun waterschapsheffingen ook navenant te stijgen. Voor D66 Zuid-Holland is “de vervuiler betaalt” een mooi uitgangspunt. In de praktijk is er echter vooral sprake van “de inwoner betaalt”, zo stelt ook de OESO in haar rapport Fit for the Future. Ook de voorzitter van de Unie van Waterschappen Peter Glas heeft onlangs nog bevestigd dat boeren relatief weinig waterschapslasten betalen.

Nog beter zou het zijn, wanneer vervuiling bij de bron wordt aangepakt. Wat niet in het water komt, hoeft immers niet gezuiverd te worden. Dat geldt voor mest, maar ook voor bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen. Een aanpassing van de regelingen voor belastingheffing en waterbeheer stuiten echter iedere keer op een blokkade in de waterschapsbesturen. De Zuid-Hollandse inwoner is daardoor letterlijk het kind van de rekening. Zolang de ongelijke verhoudingen in de waterschapsbesturen blijven bestaan betaalt een huishouden van drie personen evenveel zuiveringsheffing als een tuinder voor één hectare glas.

In Zuid-Holland gaan de waterschappen nog een periode op de oude leest verder. Het wachten is nu alsnog op de evaluatie van de Waterschapswet die in 2015 zal moeten plaatsvinden. Hopelijk concludeert de Tweede Kamer dan ook dat het huidige systeem nodig aan verandering toe is.


Dit artikel is geschreven voor Waterforum.net en werd daar op 1 juli 2014 gepubliceerd.