Maand: maart 2018

Een betaalbaar huis voor iedereen

Een betaalbaar huis voor iedereen

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug. De afgelopen weken gingen honderden D66’ers in heel Zuid-Holland de straat op om de kiezer te overtuigen. Dat is gelukt; zilver in plaats van goud maar nog altijd een podiumplek. Uiteraard feliciteert de fractie van D66 Zuid-Holland onze nieuwe raadsleden. Wij zien uit naar de samenwerking!

Als er één thema is dat in de gemeenteraadsverkiezingen veel aandacht kreeg, is dat wonen. Hoe zorgen gemeenten er voor dat iedereen een betaalbaar huis kan vinden? De provincie bouwt uiteraard geen huizen, maar is wel medeverantwoordelijk voor het bepalen waar nieuwe huizen komen en wat voor huizen dat moeten zijn.

Coördinerende rol
De coördineren rol van de provincie Zuid-Holland in het woondossier is lang terughoudend ingevuld. Deze collegeperiode is dat anders geweest. De druk op de woningmarkt is hoog, en het wordt steeds moeilijker voor Zuid-Hollanders om een betaalbare en passende woning te vinden. De provincie heeft daarom aan de gemeenten gevraagd om regionaal veel meer af te stemmen waar welke woningen komen. Er moet zowel een regionale woonvisie worden opgesteld, als een woningbouwprogramma. In de woonvisie leggen de gemeenten in een regio uit welke ontwikkeling op de woningmarkt zij verwachten en hoe zij daarmee om wil-len gaan. Hoeveel sociale woningbouw is nodig en hoe wordt die verdeeld over de gemeenten? Hoe wordt er voor gezorgd dat er duurzamere huizen komen? En hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met de huisvesting voor statushouders? Het woningbouwprogramma bevat vervolgens de concrete bouwplannen per locatie: hoeveel huizen worden waar gebouwd?

De provincie bestudeert de plannen van de gemeenten vervolgens in detail. Zo wordt onder meer gekeken of gemeenten niet te veel willen bouwen: in gebieden waar de bevolking in de nabije toekomst zou kunnen krimpen, zoals in de Alblasserwaard-Vijfherenlanden, zijn minder nieuwe huizen nodig. Anders staan ze over een paar jaar weer leeg, en dat zou zonde zijn. In andere gebieden, met name langs de as Leiden – Den Haag – Rotterdam – Dordrecht, zijn juist veel meer huizen nodig en voldoet het woningbouwprogramma nog niet aan de verwachte behoefte. In zo’n geval gaat de provincie samen met gemeenten op zoek naar nieuwe locaties waar woningen kunnen worden gebouwd. Het liefst binnen de bestaande bebouwingsgrenzen, maar als het niet anders kan ook daarbuiten. Daarbij wordt ook gekeken waar leegstaande kantoren omgebouwd kunnen worden naar woningen. De belangrijkste toets van de provincie, is echter of er wel de juiste woningen worden gebouwd. Gemeenten bouwen het liefst dure, vrijstaande huizen, omdat dat het meeste geld oplevert. Maar er moeten ook betaalbare woningen bijkomen, zowel sociale huur- als voordelige koopwoningen. En dan moet er ook nog voor gezorgd worden, dat goedkope en dure woningen een beetje eerlijk worden verdeeld, zodat gemengde wijken ontstaan en gemeenten diverse inwoners krijgen.

Wat doet D66?
Volkshuisvesting is eigenlijk hele ouderwetse politiek. Van bovenaf wordt bepaald wat er lokaal kan en mag gebeuren. Dat past niet helemaal bij D66, maar soms is het onvermijdelijk. De woningmarkt zit op dit moment helemaal op slot. Er worden te weinig huizen gebouwd en alle scheefwoners zorgen ervoor dat er onvoldoende doorstroom is op de woningmarkt. Ons doel, een betaalbare en passende woning voor iedereen, is nog lang niet bereikt. Een beetje sturing vanuit de overheid is dus onvermijdelijk.

De traditioneel linkse partijen (SP, PvdA en GroenLinks) zetten tot nu toe in de Staten vooral in op meer sociale woningbouw. In hun ogen zit het grootste probleem bij een gebrek aan sociale woningbouw. D66 ziet dat anders: door het scheefwonen aan te pakken komen er meer sociale huurwoningen beschikbaar zonder het aantal te vergroten. Tijdens de woondebatten in het afgelopen jaar hebben wij daarom de volgende punten ingebracht:

  1. Er moet weer doorstroming op de woningmarkt komen en scheefwonen moet worden teruggedrongen. Dat betekent dat zowel mensen die te weinig voor hun huis betalen, als mensen die meer betalen voor een huis dan eigenlijk verantwoord is (bijvoorbeeld om-dat goedkope huizen niet beschikbaar zijn) kunnen verhuizen naar een passende woning. Maar dat lukt alleen als er goed wordt bijgebouwd: meer betaalbare huurwoningen, zeker net boven de grens van sociale huur, en meer goedkope koopwoningen, bijvoorbeeld voor starters op de woningmarkt. Zo creëer je ruimte voor mensen om door te stromen naar een ander huis en komen andere woningen beschikbaar voor andere groepen.
  2. Lasten en lusten moeten eerlijk worden verdeeld tussen gemeenten. Het mag niet zo zijn dat een grote stad als Rotterdam alle sociale woningbouw in een regio voor zijn rekening moet nemen, en dat de omliggende gemeenten zich alleen maar richten op dure woningen.
  3. Nieuwe woningen die vanaf nu worden gebouwd, moeten duurzame woningen in duurzame wijken zijn. Nieuwbouw zou geen gasaansluiting meer moeten krijgen en goed worden geïsoleerd, en in wijken moet voldoende ruimte zijn om regenwater op te vangen.

Verdere verstedelijking
Tussen 2010 en 2030 zijn 230.000 woningen nodig in Zuid-Holland. Daarvan zijn er tot nu toe 80.000 gebouwd. Daarbij zijn complexiteit van verstedelijking (de steden zijn al behoorlijk volgebouwd) en woningnood uitdagingen. De provincie heeft in de Nota Verstedelijking verwoord hoe ze deze uitdagingen aan wil gaan. Binnenkort gaat de provincie hierover ver-der in gesprek met bestuur, wetenschap en marktpartijen. De input die wordt opgehaald zal medio 2018 aan de Staten worden voorgelegd

Wat kan de provincie doen?
De instrumenten die de provincie heeft zijn: ruimtelijk beleid, financieel instrumentarium, arrangementen (samenspel van instrumenten en schaalniveau) en kennis. De provincie kan haar rol pakken door het wegnemen van knelpunten, het sneller uitwerken van de voor-waarden voor nieuwe woonwijken en door zich niet te richten op het verdelen, maar op het verwezenlijken van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave. Bijvoorbeeld door deze te koppelen aan maatschappelijke opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, next economy (meer gedigitaliseerd), demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en immigratie).

D66 Zuid-Holland wil verantwoordelijkheid nemen als serieuze samenwerkingspartner van gemeenten. Dat betekent inzien dat keuzes nodig zijn. Wanneer die keuzes gemeente en gebied overstijgend zijn betekent dat ook een actievere en een meer sturende rol van de provincie.

Bron: https://zuidholland.d66.nl/2018/03/26/een-betaalbaar-huis-voor-iedereen/

Waarom ik tegen de Wiv stem

Waarom ik tegen de Wiv stem

Morgen, 21 maart, mag Nederland naar de stembus. In bijna alle gemeenten wordt gestemd voor een nieuwe gemeenteraad. Maar daarnaast mag iedereen ook een stem uitbrengen voor het tweede (en waarschijnlijk laatste) raadgevend referendum. De vraag luidt: bent u voor of tegen de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017)?

Gisteren schreef ik voor de Universiteit Maastricht een blog over de voors en tegens van de nieuwe wet. Dit heb ik naar eer en geweten zo objectief mogelijk gedaan. Maar voor mij is ook duidelijk, dat ik niet voor deze wet kan stemmen. Ondanks mijn persoonlijke bezwaar tegen referenda, en zeker tegen raadgevende referenda, zal ik morgen dus tegen de Wiv 2017 stemmen.

Mijn belangrijkste bezwaar is niet zozeer dát er meer bevoegdheden voor de inlichtingendiensten komen. Daar kan ik mij veel bij voorstellen. Net zo goed als de privacywetgeving na zo’n 20 jaar aan een grote update toe is (ja, ik bedoel de GDPR!) geldt dat denk ik ook voor de Wiv. Zowel technologie als dreigingsbeeld zijn de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. De AIVD en MIVD moeten dus de bevoegdheden hebben om de Nederlandse samenleving veilig te houden. Maar: dat mag niet ten koste gaan van onze grondrechten. Meer bevoegdheden moeten dus met minstens zoveel extra waarborgen omkleed zijn. En daar schort het in mijn ogen aan.

Sleepnet
Of de wet nu wel of niet de mogelijkheid tot een grootschalig sleepnet biedt, durf ik niet te zeggen. Dat zal vooral afhangen van de invulling van de vereiste onderzoeksopdracht, op basis waarvan de inlichtingendiensten straks gegevens mogen verzamelen. Die opdrachten, die worden goedgekeurd door de minister van Binnenlandse Zaken, van Defensie en/of de minister-president, en worden getoetst door een speciale toetsingscommissie, zijn geheim. De ervaringen uit het buitenland, met name met het Amerikaanse FISA Court, zijn in elk geval niet hoopgevend: in de VS zijn de onderzoeksopdrachten breed en is de toets marginaal. Ik zou liever zien dat de inzet van het (bijna) ongericht verzamelen van gegevens in elk concreet geval zou worden getoetst door een zittende rechter.

Naar het buitenland
Een tweede, zo mogelijk nog groter bezwaar, is dat verzamelde gegevens, zonder dat zij überhaupt zijn bekeken door onze inlichtingendiensten, na toestemming van de minister mogen worden gedeeld met buitenlandse diensten. Er is dan bekend waar de gegevens vandaan komen, en misschien wie of wat het doel was van de gegevensverzameling, maar wat er precies is opgevangen weet nog niemand. Daar kunnen dus ook gegevens tussen zitten van jou en mij, van niet-verdachte Nederlanders (en niet-Nederlanders), die zonder dat wij dat weten bij een buitenlandse inlichtingendienst belanden. Volgens de diensten is dat de normaalste zaak van de wereld – gegevens moeten nu eenmaal worden gedeeld om de wereld veilig te houden. Ik ben het daar niet mee eens. Het willekeurig delen van gegevens met andere landen is in mijn ogen in strijd met de bescherming van mijn persoonlijke levenssfeer, zeker wanneer er geen enkele waarborg is ingebouwd om misbruik te voorkomen, of mij zelfs maar in staat te stellen erachter te komen dát mijn gegevens worden gedeeld.

Hacken
Mijn laatste bezwaar is gericht tegen de hackbevoegdheden van de inlichtingendiensten. Het gericht hacken van telefoons, computers en andere apparaten kan in sommige gevallen best gerechtvaardigd zijn. Maar ik vind niet dat daarbij gebruik moet kunnen worden gemaakt van beveiligingsproblemen in software, die niet eens bekend zijn bij de fabrikanten. Elke achterdeur die in software wordt ingebouwd, of per ongeluk is gecreëerd, is een risico voor de gebruiker van de software. De AIVD en MIVD hebben wellicht alleen goede bedoelingen en zetten deze bevoegdheid alleen in wanneer het écht nodig is. Maar als zij in de software kunnen binnendringen, kunnen de Russen, de Chinezen of kwaadwillende criminelen dat ook. Dat is onwenselijk. Beveiligingslekken moeten altijd gemeld worden bij de fabrikant, en al helemaal niet bewust worden gecreëerd om mensen te bespioneren.

Er valt nog veel meer te zeggen over de Wiv 2017. Ik zou bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de eindeloze reeks jurisprudentie over het verzamelen van gegevens zonder voldoende waarborgen. Maar daar schreef ik in mijn vorige functie al over. Of ik zou het kunnen hebben over de positie van  ijn eigen D66, bij de wetsbehandeling nog een groot tegenstander, maar nu gerustgesteld door een zin in het regeerakkoord. Die zin (“Van het willekeurig en massaal verzamelen van gegevens van burgers in Nederland of het buitenland (‘sleepnet’) kan, mag en zal geen sprake zijn.“) klinkt natuurlijk heel mooi, maar meer dan een politieke belofte van de coalitiedragende partijen is het niet. Juridisch is het helaas weinig waard.

Kortom: ik stem morgen tegen de Wiv 2017 bij het raadplegend referendum. Onze inlichtingendiensten, onze veiligheid én onze grondrechten verdienen een betere wet met meer waarborgen.

D66 werkt aan veiliger fietspad in Stompwijk

D66 werkt aan veiliger fietspad in Stompwijk

Het fietspad langs de N206 tussen Zoeterwoude en Zoetermeer, dat veel wordt gebruikt voor woon-school- en woon-werkverkeer, bestaat grotendeels uit twee rijstroken. Bij Stompwijk is het fietspad echter een stuk smaller.

Dit zorgt langs de Stompwijksche Vaart en het Oosteinde soms voor gevaarlijke verkeerssituaties. “Onnodig”, zegt D66 woordvoerder Paul Breitbarth. “Na het signaal van inwoners van Stompwijk aan de fractie van D66 Leidschendam-Voorburg hebben wij aan het provinciebestuur van Zuid-Holland schriftelijke vragen gesteld. D66 wil de verkeersveiligheid van het fietspad, in samenspraak met de betreffenden gemeenten en de Adviesraad Stompwijk, snel verbeteren.”

D66 bepleit al langer dat de provincie zorgt voor voldoende, veilige mogelijkheden om de fiets te kunnen gebruiken als alternatief voor de auto. De kosten van de aanpassing van het fietspad in Stompwijk kunnen volgens D66 beperkt blijven. De werkzaamheden zijn mogelijk goed te combineren met het aanstaande groot onderhoud van de N206.

Bron: https://zuidholland.d66.nl/2018/03/01/d66-werkt-aan-veiliger-fietspad-stompwijk/