Tag: Zuid-Holland

Een betaalbaar huis voor iedereen

Een betaalbaar huis voor iedereen

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug. De afgelopen weken gingen honderden D66’ers in heel Zuid-Holland de straat op om de kiezer te overtuigen. Dat is gelukt; zilver in plaats van goud maar nog altijd een podiumplek. Uiteraard feliciteert de fractie van D66 Zuid-Holland onze nieuwe raadsleden. Wij zien uit naar de samenwerking!

Als er één thema is dat in de gemeenteraadsverkiezingen veel aandacht kreeg, is dat wonen. Hoe zorgen gemeenten er voor dat iedereen een betaalbaar huis kan vinden? De provincie bouwt uiteraard geen huizen, maar is wel medeverantwoordelijk voor het bepalen waar nieuwe huizen komen en wat voor huizen dat moeten zijn.

Coördinerende rol
De coördineren rol van de provincie Zuid-Holland in het woondossier is lang terughoudend ingevuld. Deze collegeperiode is dat anders geweest. De druk op de woningmarkt is hoog, en het wordt steeds moeilijker voor Zuid-Hollanders om een betaalbare en passende woning te vinden. De provincie heeft daarom aan de gemeenten gevraagd om regionaal veel meer af te stemmen waar welke woningen komen. Er moet zowel een regionale woonvisie worden opgesteld, als een woningbouwprogramma. In de woonvisie leggen de gemeenten in een regio uit welke ontwikkeling op de woningmarkt zij verwachten en hoe zij daarmee om wil-len gaan. Hoeveel sociale woningbouw is nodig en hoe wordt die verdeeld over de gemeenten? Hoe wordt er voor gezorgd dat er duurzamere huizen komen? En hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met de huisvesting voor statushouders? Het woningbouwprogramma bevat vervolgens de concrete bouwplannen per locatie: hoeveel huizen worden waar gebouwd?

De provincie bestudeert de plannen van de gemeenten vervolgens in detail. Zo wordt onder meer gekeken of gemeenten niet te veel willen bouwen: in gebieden waar de bevolking in de nabije toekomst zou kunnen krimpen, zoals in de Alblasserwaard-Vijfherenlanden, zijn minder nieuwe huizen nodig. Anders staan ze over een paar jaar weer leeg, en dat zou zonde zijn. In andere gebieden, met name langs de as Leiden – Den Haag – Rotterdam – Dordrecht, zijn juist veel meer huizen nodig en voldoet het woningbouwprogramma nog niet aan de verwachte behoefte. In zo’n geval gaat de provincie samen met gemeenten op zoek naar nieuwe locaties waar woningen kunnen worden gebouwd. Het liefst binnen de bestaande bebouwingsgrenzen, maar als het niet anders kan ook daarbuiten. Daarbij wordt ook gekeken waar leegstaande kantoren omgebouwd kunnen worden naar woningen. De belangrijkste toets van de provincie, is echter of er wel de juiste woningen worden gebouwd. Gemeenten bouwen het liefst dure, vrijstaande huizen, omdat dat het meeste geld oplevert. Maar er moeten ook betaalbare woningen bijkomen, zowel sociale huur- als voordelige koopwoningen. En dan moet er ook nog voor gezorgd worden, dat goedkope en dure woningen een beetje eerlijk worden verdeeld, zodat gemengde wijken ontstaan en gemeenten diverse inwoners krijgen.

Wat doet D66?
Volkshuisvesting is eigenlijk hele ouderwetse politiek. Van bovenaf wordt bepaald wat er lokaal kan en mag gebeuren. Dat past niet helemaal bij D66, maar soms is het onvermijdelijk. De woningmarkt zit op dit moment helemaal op slot. Er worden te weinig huizen gebouwd en alle scheefwoners zorgen ervoor dat er onvoldoende doorstroom is op de woningmarkt. Ons doel, een betaalbare en passende woning voor iedereen, is nog lang niet bereikt. Een beetje sturing vanuit de overheid is dus onvermijdelijk.

De traditioneel linkse partijen (SP, PvdA en GroenLinks) zetten tot nu toe in de Staten vooral in op meer sociale woningbouw. In hun ogen zit het grootste probleem bij een gebrek aan sociale woningbouw. D66 ziet dat anders: door het scheefwonen aan te pakken komen er meer sociale huurwoningen beschikbaar zonder het aantal te vergroten. Tijdens de woondebatten in het afgelopen jaar hebben wij daarom de volgende punten ingebracht:

  1. Er moet weer doorstroming op de woningmarkt komen en scheefwonen moet worden teruggedrongen. Dat betekent dat zowel mensen die te weinig voor hun huis betalen, als mensen die meer betalen voor een huis dan eigenlijk verantwoord is (bijvoorbeeld om-dat goedkope huizen niet beschikbaar zijn) kunnen verhuizen naar een passende woning. Maar dat lukt alleen als er goed wordt bijgebouwd: meer betaalbare huurwoningen, zeker net boven de grens van sociale huur, en meer goedkope koopwoningen, bijvoorbeeld voor starters op de woningmarkt. Zo creëer je ruimte voor mensen om door te stromen naar een ander huis en komen andere woningen beschikbaar voor andere groepen.
  2. Lasten en lusten moeten eerlijk worden verdeeld tussen gemeenten. Het mag niet zo zijn dat een grote stad als Rotterdam alle sociale woningbouw in een regio voor zijn rekening moet nemen, en dat de omliggende gemeenten zich alleen maar richten op dure woningen.
  3. Nieuwe woningen die vanaf nu worden gebouwd, moeten duurzame woningen in duurzame wijken zijn. Nieuwbouw zou geen gasaansluiting meer moeten krijgen en goed worden geïsoleerd, en in wijken moet voldoende ruimte zijn om regenwater op te vangen.

Verdere verstedelijking
Tussen 2010 en 2030 zijn 230.000 woningen nodig in Zuid-Holland. Daarvan zijn er tot nu toe 80.000 gebouwd. Daarbij zijn complexiteit van verstedelijking (de steden zijn al behoorlijk volgebouwd) en woningnood uitdagingen. De provincie heeft in de Nota Verstedelijking verwoord hoe ze deze uitdagingen aan wil gaan. Binnenkort gaat de provincie hierover ver-der in gesprek met bestuur, wetenschap en marktpartijen. De input die wordt opgehaald zal medio 2018 aan de Staten worden voorgelegd

Wat kan de provincie doen?
De instrumenten die de provincie heeft zijn: ruimtelijk beleid, financieel instrumentarium, arrangementen (samenspel van instrumenten en schaalniveau) en kennis. De provincie kan haar rol pakken door het wegnemen van knelpunten, het sneller uitwerken van de voor-waarden voor nieuwe woonwijken en door zich niet te richten op het verdelen, maar op het verwezenlijken van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave. Bijvoorbeeld door deze te koppelen aan maatschappelijke opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, next economy (meer gedigitaliseerd), demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en immigratie).

D66 Zuid-Holland wil verantwoordelijkheid nemen als serieuze samenwerkingspartner van gemeenten. Dat betekent inzien dat keuzes nodig zijn. Wanneer die keuzes gemeente en gebied overstijgend zijn betekent dat ook een actievere en een meer sturende rol van de provincie.

Bron: https://zuidholland.d66.nl/2018/03/26/een-betaalbaar-huis-voor-iedereen/

Provincie stapt over naar HTTPS-protocol

Provincie stapt over naar HTTPS-protocol

Uit onderzoek van de Open State Foundation (OSF) blijkt dat veel overheidswebsites onveilig zijn voor bezoekers. Ook de site van de provincie Zuid-Holland wordt bestempeld als niet op orde. Bij de laatste Algemene Beschouwingen heeft D66 Zuid-Holland nog gehamerd op het belang van informatieveiligheid. Statenlid Paul Breitbarth heeft dan ook actie ondernomen en schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van de provinciewebsite.

Het onderzoek van de OSF geeft aan dat 44% van websites in beheer bij de overheid niet veilig zijn. Dat wil zeggen, de sites in kwestie maken geen gebruik van het HTTPS-protocol. HTTPS zorgt ervoor dat gegevens tussen bezoeker en website versleuteld worden. Door hier geen gebruik van te maken worden bezoekers aan onnodige risico’s blootgesteld.

D66 Zuid-Holland vindt dit een kwalijke zaak. Bezoekers van een website, zeker een overheidssite, moeten ervan uit kunnen gaan dat hun gegevens veilig verzonden worden. Aangezien ook de website van de provincie Zuid-Holland als onveilig wordt bestempeld door de OSF, heeft D66-Statenlid Paul Breitbarth schriftelijke vragen gesteld hierover. Daarin vraagt hij het provinciaal college om zo snel mogelijk gebruik te gaan maken van het HTTPS-protocol.

Update, 5 december: inmiddels maakt de website van de provincie gebruik van HTTPS. Inwoners en geïnteresseerden kunnen nu op een veilige manier gebruikmaken van de site. D66 Zuid-Holland stelt vast dat de informatieveiligheid in onze regio een stap verbeterd is.

Zie ook

Vier jaar Statenlid: een terugblik

Vier jaar Statenlid: een terugblik

Vier jaar geleden stelde ik mij vol overtuiging kandidaat voor een zetel in Provinciale Staten van Zuid-Holland. Ik had grote dromen: er moest een Randstadprovincie komen, Zuid-Holland moest groener, de waterkwaliteit omhoog en het debat zou veel meer op hoofdlijnen gevoerd moeten worden. Met de verkiezingen in zicht is het hoog tijd eens terug te blikken op de afgelopen periode: wat is er gelukt, welke ideeën heb ik kunnen realiseren en welke plannen liggen nog altijd op de plank?

Om maar met dat laatste te beginnen: de Randstadprovincie is er niet gekomen en lijkt voorlopig ook niet in zicht. Er is onvoldoende draagvlak voor bij andere partijen, hoe goed het ook zou zijn voor de Nederlandse en Hollandse economie wanneer besluiten over de Rotterdamse haven en Schiphol eenvoudiger zouden kunnen worden genomen. De bestuurlijke discussie – waar ik overigens geen woordvoerder voor was – spitste zich de afgelopen jaren met name toe op de Noordvleugelprovincie en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag.

Installatie als Statenlid
Installatie als Statenlid

Gelukkig is er veel ook wél gelukt. Allereerst heeft Zuid-Holland mede dankzij D66 een flinke stap gezet naar een groener beleid. In het coalitieakkoord werd 100 miljoen euro uitgetrokken voor extra investeringen in de groene recreatiegebieden rondom de grote steden. En na de bezuinigingen op het groenbeleid door staatssecretaris Bleker zijn door onze gedeputeerde plannen ontwikkeld om alsnog te zorgen voor een groener Zuid-Holland, met minder geld maar met meer draagvlak in de samenleving. Dit resultaat schrijf ik natuurlijk niet op mijn persoonlijke conto, maar ik weet wel dat dit nieuwe groenbeleid er zonder D66 niet was gekomen.

Het Zuid-Hollandse beleid wordt de komende jaren ook letterlijk groener. Als woordvoerder milieu heb ik de afgelopen jaren met enige regelmaat aandacht gevraagd voor meer duurzame keuzes, in de meest brede zin van het woord. Zuid-Holland zou moeten kiezen voor beleid dat ook op lange termijn houdbaar is en onze provincie beter maakt. Het blijft echter lastig om in de toekomst te kijken. Daarom heb ik – samen met PvdA-collega Fabian Lionaar – gevraagd om een duurzaamheidstoets te ontwikkelen en zo voor de Staten inzichtelijk te maken welke langetermijngevolgen nieuw beleid zal hebben. Het afgelopen jaar is een pilot met zo’n toets uitgevoerd, in de vorm van een mini-maatschappelijke kosten/baten-analyse (mkba). Dit instrument kan worden ingezet om nieuwe beleidsvoorstellen vooraf te toetsen op allerlei effecten, waarna de Staten goed geïnformeerd een keus kan maken. In de komende maanden wordt besloten hoe de mini-mkba definitief kan worden ingevoerd.

In mijn milieuportefeuille zit ook het beleid op het gebied van luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit blijft een probleem in een drukke provincie als Zuid-Holland, met bovendien nog flink wat industrie. De uitstoot van fijnstof is groot en zal de komende jaren verder moeten worden aangepakt. Ik heb het College steeds aangespoord om een actiever luchtkwaliteitsbeleid te voeren. Nu is de inzet beperkt tot het voldoen aan de normen die Europabreed zijn afgesproken. Maar deze normen voldoen nog niet aan wat volgens de artsen van de Wereldgezondheidsorganisatie acceptabel is om gezond te kunnen leven. Ik wil dat Zuid-Holland verdere stappen zet om de kwaliteit van onze lucht te verbeteren en alles in het werk stelt om de samenleving hierop in te stellen. Een mooi aandachtspunt voor de volgende periode!

Werkbezoek Oostvlietpolder
Werkbezoek Oostvlietpolder

Wanneer je de afgelopen Statenperiode echter milieu zei, zei je met name ook milieutoezicht. De discussie rondom de asbeststortingen in de Derde Merwedehaven, tankopslagbedrijf Odfjell, maar ook de brand bij Chemiepack in Moerdijk, heeft duidelijk gemaakt dat het milieutoezicht de afgelopen jaren flink te kort heeft geschoten. De Onderzoeksraad voor Veiligheid bestempelde het toezicht bij Odfjell in zijn rapport zelfs als “onderhandelingstoezicht”, waarbij letterlijk werd gemarchandeerd met de veiligheid van werknemers en omwonenden. Onacceptabel. Mede dankzij mijn inbrengen in de debatten over Odfjell is het beleid voor milieutoezicht de afgelopen jaren flink aangescherpt. Bedrijven moeten het vertrouwen van de toezichthouder opnieuw verdienen, vergunningen worden vaker tegen het licht gehouden en duidelijker geformuleerd en er komt veel meer informatie beschikbaar voor omwonenden over risico’s en incidenten.

Deze Statenperiode voerde ik ook het woord over alles dat te maken had met water. Gekscherend ben ik ook wel eens het waterhoofd van de fractie genoemd, een titel die ik dan maar als geuzennaam voer. Wanneer het in de provincie gaat om water, gaat het om verschillende dingen: waterveiligheid, waterkwaliteit, voldoende aanbod van zoet water en drinkwater, maar ook om de relatie met de waterschappen.

Voordat ik in de Staten kwam, volgde ik volledig de D66-lijn dat de waterschappen zouden moeten worden opgeheven en hun taken ondergebracht bij de provincie. Inmiddels ben ik daar echter niet meer zo van overtuigd, en de afgelopen jaren ben ik ook meermaals de discussie aangegaan over het behoud van de waterschappen als een zelfstandige bestuurslaag. De provincie is allang geen uitvoerend orgaan meer, terwijl de waterschappen dat wel zijn. Bij stormen en hoogwater zijn zij het die ervoor moeten zorgen dat wij droge voeten houden en zij zijn het ook die zorgen dat er schoon water uit onze kraan komt. Dat is geen taak voor de provincie. Daarbij is het bestuurlijk ook nog eens een flinke uitdaging, omdat de stroomgebieden van rivieren, kanalen en beken nu eenmaal geen rekening houden met provinciegrenzen. En ik moet er niet aan denken dat de reserves van de waterschappen – bijvoorbeeld bestemd voor het veilig houden van de dijken – door de provincie voor andere dingen zouden kunnen worden gebruikt.

Werkbezoek Zandmotor
Werkbezoek Zandmotor

Voorlopig zijn de waterschappen er in elk geval nog en vinden ook nog rechtstreekse waterschapsverkiezingen plaats. En zolang die er zijn, vind ik dat deze zo democratisch mogelijk zouden moeten plaatsvinden. De afgelopen periode diende ik daarom samen met PvdA, SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren een initiatiefvoorstel in om het aantal zogenoemde geborgde zetels te verlagen. Deze zetels worden niet ingevuld met vrije verkiezingen, maar zijn beschikbaar voor boeren, bedrijven en natuurorganisaties. Het voorstel heeft het helaas niet gehaald, maar mijn strijd voor een democratischer én zelfstandig waterschap zal ik ook de komende jaren voortzetten. Die inzet geldt overigens ook voor de hoogte van de waterschapslasten, het onderwerp waar ik mijn maidenspeech over hield. Die moeten ook de komende jaren binnen de perken blijven, ook al hebben de waterschappen een zware taak in de waterrijke provincie Zuid-Holland.

De voorwaarden voor waterkwaliteit bepaalt de provincie niet zelf. Die zijn net als de normen voor luchtkwaliteit Europabreed vastgelegd, in dit geval in de kaderrichtlijn water. Zowel het grondwater als het oppervlaktewater (rivieren, meren, etc.) moeten de komende jaren schoner worden en voldoen aan verschillende chemische normen. De provincie en de waterschappen nemen hiervoor verschillende maatregelen, waarbij de Staten vooral de kaders bepalen. De metingen laten zien dat het water inderdaad steeds schoner wordt, maar toch lijken de resultaten achter te blijven. Dat komt door het binaire systeem: een waterlichaam mag namelijk pas als ‘schoon’ worden aangemerkt, wanneer het aan alle eisen voldoet. Is de kwaliteit op één van de vele meetpunten nog niet op orde, dan wordt het predikaat ‘schoon’ niet toegekend. Veel collega’s blijven daar in de debatten op hangen en blijven vragen naar het gebrek aan voortgang. Terwijl als je de onderliggende stukken bekijkt, er wel degelijk stappen worden gezet.

Een groot project voor de verbetering van de waterkwaliteit waar ik mij de afgelopen hard voor heb gemaakt, is de verzilting van de Grevelingen. Door een beperkte opening te maken in de Brouwersdam, kan door de komst van het zeewater de stroming in de Grevelingen worden teruggebracht. Dat zorgt voor meer zuurstof en daarmee een betere waterkwaliteit, zo heb ik mij laten uitleggen. En dat is weer goed voor de flora en fauna in én langs het water. Wanneer we de Grevelingen gezond maken, ontstaat er bovendien meer ruimte voor recreatie op het water en langs de kant. En om het maken van het gat in de dam te kunnen betalen, worden plannen ontwikkeld voor de eerste getijdencentrale ter wereld die met een laag tijverschil (met een verval van een halve tot anderhalve meter) energie kan opwekken. Er ligt een plan klaar waar ik erg enthousiast van word: niet alleen goed voor natuur, milieu en recreatie, maar ook voor de lokale economie, duurzame energieopwekking en een voorbeeld van Nederland als innovatieland. Ik ben dan ook blij dat met steun van D66 tien miljoen euro wordt uitgetrokken ter ondersteuning van dit project.

Dit overzicht is natuurlijk maar een klein deel van wat ik de afgelopen vier jaar allemaal heb gedaan. Ik voerde honderden gesprekken met vertegenwoordigers van belangengroepen, legde tientallen werkbezoeken af en nam deel aan talloze fractie- en coalitie-overleggen. Met de verkiezingen in zich vind ik het echter belangrijk om mijn kiezers in elk geval een beeld te kunnen geven van de belangrijkste dingen die ik de afgelopen jaren heb gedaan. Daarbij hoort overigens nog wel één disclaimer: geen enkel resultaat uit de afgelopen jaren kan of wil ik volledig op mijn naam schrijven. Politiek is teamwork, en dat is maar goed ook!

Zo mooi is Zuid-Holland

Zo mooi is Zuid-Holland

Oostduinen, Wassenaar

Op zondag maakte ik met een aantal partijgenoten een mooie wandeling van Leiden naar Den Haag, eerst dwars door de gemeente Katwijk en vervolgens door de aaneengesloten duingebieden van Wassenaar en Den Haag. Het is een schitterend gebied, zeker wanneer het weer ook nog een beetje meewerkt. Zo mooi kan Zuid-Holland zijn…